Hartaanval

Een hartaanval wordt in de medische wereld myorcardinfarct of hartinfarct genoemd. Tijdens een hartaanval sterft een deel van je hartspier af doordat een geblokkeerde kransslagader de bloedtoevoer onderbreekt. Het hart krijgt dan onvoldoende zuurstof, want het is je bloed dat zuurstof transporteert doorheen je ganse lichaam.

Een ernstige hartaanval, ook wel groot hartinfarct genaamd, kan leiden tot een hartstilstand. Je hart stopt dan helemaal met pompen en al je lichaamsfuncties vallen al snel uit. Een groot deel van je hartspier sterft af, je verliest het bewustzijn en ongeveer vijf minuten later sterven je eerste hersencellen af. Niet veel later worden al je organen aangetast. Minder dan 20% van de mensen overleeft een groot hartinfarct buiten het ziekenhuis.

Bij een klein hartinfarct wordt de kroonslagader slechts gedeeltelijk geblokkeerd. Je bloed kan hierdoor blijven stromen en de zuurstoftoevoer is wel beperkt, maar blijft bestaan.

Meestal gaat een hartaanval vooraf door een vernauwing van je aders. Vetten hebben zich tegen de wanden opgehoopt gedurende jaren. Deze afzetting van vetten noemt men aderverkalking. De plaque wordt steeds dikker en op een gegeven moment kan er een scheurtje in de plaque en de wand van de ader ontstaan. De natuurlijke reactie van je lichaam is dan het vormen van een bloedklonter. Naarmate de klonter groeit, zal hij de ader steeds meer blokkeren.

Enkele factoren die het risico op een hartaanval vergroten zijn een ongezonde levensstijl, een familiegeschiedenis van hartproblemen, man zijn, ouder worden, diabetes, een hoge bloeddruk en een hoge cholesterol.

De gevolgen van een hartinfarct zijn blijvend. Nadat je bloed weer stroomt, zal het beschadigde weefsel zich beginnen te herstellen. Afgestorven weefsel wordt echter niet opnieuw aangemaakt, het vormt littekens. Littekenweefsel functioneert minder goed dan gezond weefsel. Om een nieuwe hartaanval te voorkomen moet je dus je levensstijl aanpassen en blijvend medicatie innemen.

Symptomen

Wanneer je vermoedt dat iemand een hartaanval heeft, moet je onmiddellijk 112 bellen. Elke minuut telt en vergroot de kans op overleven voor de patiënt!

Een licht hartinfarct gaat vaak onopgemerkt voorbij. Soms zijn er gewoon geen symptomen. Bovendien komen ook niet alle symptomen bij iedereen voor. Zo heeft een derde van de patiënten geen last van pijn. Dit leidt geregeld tot verkeerde diagnoses. Zeker bij vrouwen en oudere mensen moet je hier alert voor zijn. Zij klagen niet zozeer over pijn, maar wel over een benauwd gevoel, zich licht in het hoofd voelen, moeilijk kunnen ademen of vermoeidheid.

Pijn

Een beklemmende, zware, benauwende of drukkende pijn achter je borstbeen. Deze pijn kan uitstralen naar andere lichaamsdelen. Vaak is dit de linkerarm of –schouder, maar ook de nek, kaak, kin, rug, schouders en bovenbuik kunnen pijn doen. Het gaat over een constante en langdurende pijn. Wanneer je last hebt van stekende pijn, is het waarschijnlijk niet door een hartaanval.

Vermoeidheid

Bleekheid of een grauwe huidskleur

Blauwe lippen en nagels

Moeilijk kunnen ademen

Last hebben van koud zweet

Je transpireert, maar voelt tegelijkertijd koud aan.

Hartkloppingen

Verlaagde bloeddruk

Misselijkheid

Zich licht in het hoofd voelen

Braken

Zich angstig voelen

Een onbehaaglijk of benauwd gevoel

 

Wanneer het om een groot hartinfarct gaat, komen er ook volgende symptomen bij:

Zeer moeizaam of niet meer ademen

Het bewustzijn verliezen

Behandeling

De eerste hulp bij een hartaanval bestaat uit volgende stappen:

Controleer de toestand van de patiënt

Is hij bij bewustzijn? Ademt hij normaal? Klopt zijn hart in een normaal ritme?

Zet de patiënt zo recht mogelijk

Help hem in een zittende of halfzittende houding.

Maak knellende kledij los

Zorg dat de patiënt geen inspanningen meer doet

Bel 112!

Stel de patiënt gerust

Zorg dat er voldoende zuurstof is voor de patiënt

Zet eventueel een raam open en zorg dat er niet te veel mensen rondom de patiënt staan.

Hou de patiënt warm

Laat de patiënt nooit alleen

Controleer voortdurend de toestand van de patiënt

Is hij bij bewustzijn? Ademt hij normaal? Klopt zijn hart in een normaal ritme?

Wanneer de patiënt aangeeft dat het niet zijn eerste hartaanval is en hij geneesmiddelen heeft, mag je hem helpen één smelttabletje in te nemen of één keer te spuiten met het spuitbusje. Doe dit nadat de patiënt rechtzit.

Als de patiënt buiten bewustzijn is en zijn hart klopt niet meer, is een andere benadering noodzakelijk:

Reanimatie

Reanimatie bestaat uit een combinatie van hartmassage en beademing. Blijf dit doen tot het hart weer gestimuleerd kan worden doormiddel van defibrillatie.

Defibrillatie

Een defibrillator (AED) vindt men tegenwoordig in meer en meer openbare gebouwen. Ook in elke ambulance en politiewagen is een AED aanwezig. Dit verhoogt de overlevingskansen van mensen met een groot hartinfarct aanzienlijk. Wanneer defibrillatie binnen de zes minuten kan gebeuren, is er een overlevingskans van 50 tot 70%. Elke minuut dat de patiënt langer moet wachten, nemen zijn kansen met maar liefst 10% af. Na vijf minuten beginnen de eerste hersencellen af te sterven en na tien minuten treedt de dood in.

In het ziekenhuis wordt onmiddellijk een behandeling gestart om de geblokkeerde kransslagader terug te openen:

Hartmonitor

Een hartmonitor is geen behandeling op zich, maar het geeft de dokters wel een duidelijk zicht op één van de symptomen van een hartaanval: namelijk een afwijkend hartritme.

Medicijnen: Verlichten van de hartarbeid

Je dokter zal meteen iets geven om het werk dat je hart moet doen te verminderen. Hoe minder je hart moet werken, hoe minder zuurstof het nodig heeft. Dan blijft er meer zuurstof over voor je andere lichaamscellen. Dit vergroot hun kans op overleving.

Medicijnen: trombolyse

Soms kan de bloedprop verwijdert worden via krachtige stolling werende medicijnen. Deze behandeling noemt men trombolyse.

Chirurgische ingreep: een stent

De chirurg steekt een stent in je ader om hem vrij te houden. Een stent is een klein, hol buisje.

Chirurgische ingreep: dotterprocedure

Dotteren is veiliger en efficiënter dan het plaatsen van een stent als de patiënt binnen de 90 minuten op de operatietafel ligt. Via je lies brengt de arts een dun slangetje in dat door je aders naar je hart toe gebracht wordt. Wanneer het slangetje aan de vernauwing komt, wordt er een klein ballonnetje opgeblazen dat je ader zal vrijmaken. Soms wordt er daarna nog een stent gestoken.

Nadat de acute hartaanval voorbij is, zal je dokter een nabehandeling opstarten en je enkele adviezen meegeven:

Voldoende lichaamsbeweging

Beweeg wel enkel onder begeleiding van een professionele hulpverlener om te vermijden dat je opnieuw een hartaanval krijgt.

Aangepaste voeding

Een vetarm dieet vermindert het risico op opnieuw dichtslibben van je aderen. Hou ook je cholesterol laag.

Stress vermijden

Medicijnen

Bloedverdunners voorkomen de vorming van een nieuwe bloedklonter. Deze moet je trouw en levenslang innemen onder doktersbegeleiding.

Loading...