Burn-out

Een burn-out is een psychische aandoening waarbij de stress zich jarenlang opgehoopt heeft tot je je volledig leeg voelt. De overbelasting heeft zolang geduurd dat je het uiterste van je lichaam gevraagd hebt zonder het tussenin te laten recupereren. Op een gegeven moment kan je lichaam dit niet langer aan en stopt het gewoon volledig met functioneren. Dit betekent dat een burn-out niet alleen psychische, maar ook lichamelijke klachten tot gevolg heeft.

Een beetje stress is gezond en helpt een mens beter presteren. Wanneer de draaglast (wat er van je gevraagd wordt) echter voortdurend hoger ligt dan je draagkracht (wat je kan verwezenlijken), is de balans zoek. Je prestaties en je zelfbeeld zullen hier onder lijden. Een langdurige blootstelling aan stress kan een burn-out veroorzaken. Je hebt na enige tijd geen energie meer voor je werk en ook je motivatie is verdwenen. Het enige wat overblijft zijn extreme vermoeidheid, cynisme en het gevoel dat je niet bekwaam genoeg bent voor je job.

Mensen met een burn-out zijn uitgeblust, ze zijn emotioneel uitgeput. Doordat dit al jaren aansleept, geraken ze er zelf niet meer bovenop. Ze hebben professionele hulp nodig om uit deze negatieve spiraal te geraken.

Dit wil niet zeggen dat een werknemer met een burn-out een slechte werknemer is. In tegendeel, het zijn vaak zeer enthousiaste werknemers die zich jarenlang met hart en ziel op hun job gestort hebben. Ze hebben meestal vele overuren gemaakt en legden de lat voor zichzelf erg hoog. Net door de extra energie die ze in hun job staken en door het gebrek aan waardering dat ze hiervoor voelden, is er een burn-out ontstaan.

6 fases van een burn-out

Aangezien elk mens anders is, zal ook elk ziektepatroon anders verlopen. Misschien sla je wel een fase over of beleef je ze in een andere volgorde. Dit kan allemaal.

Volledige prestatie en inzet

Je bent enthousiast. Je zet je volledig in voor je werk en stelt hoge eisen aan jezelf. Ondertussen voel je de druk wel, maar deze negeer je gewoon.

Je geeft te veel, langzaam ga je inleveren

Wanneer je thuiskomt, blijf je piekeren. De scheiding werk-privé verdwijnt en ook ’s avonds kun je moeilijker inslapen.

Je verhoogt je inzet, je geeft nog meer

Je probeert je te herpakken door nog harder te werken. Hierdoor word je alleen maar prikkelbaarder en vermoeider. Je laat steken vallen door de vermoeidheid. Bovendien ontwikkel je de eerste lichamelijke klachten omdat je te veel van je lichaam vraagt. Dit kan gaan over hoofdpijn, rugpijn of stijve spieren. Doordat je zo moe bent, ervaar je sociale contacten als een last. Je kunt je er niet meer voor engageren.

Je zelfbeeld neemt af en je hebt niet veel meer over

Intussen is al je energie opgebruikt en sleep je jezelf door de dag. Je zelfbeeld brokkelt af en je wordt steeds ongelukkiger. De lichamelijke klachten nemen toe, zo kun je last krijgen van maag- en darmklachten, hyperventilatie en vage pijnen.

Je bent leeg, er is niks meer te geven

Je bent helemaal op, uitgehold, leeg… Het leven is nutteloos geworden voor jou en je ziet de zin er niet meer van in. Verder kan je ook last krijgen van angst- en paniekaanvallen.

Totale instorting: je lichaam neemt het over

Dit is een overlevingsmechanisme: van het ene moment op het andere kun je niet meer uit bed, kan je niet meer stappen, is het niet mogelijk te stoppen met huilen… Je lichaam toont je dat je nu echt moet stoppen en professionele hulp moet zoeken!

Symptomen

Afnemend engagement en motivatie voor je werk

Je wil wel dingen ondernemen, maar hebt er de fut niet meer voor.

Lichamelijke klachten

Zoals hoofdpijn, spierpijn, rugpijn, maag- en darmklachten, nekpijn, misselijkheid, duizelingen, rusteloosheid, nerveuze tics, hartkloppingen, oppervlakkige ademhaling, maagzweren, slecht slapen, hyperventilatie, verminderde weerstand, lichamelijke uitputting, verhoogde bloeddruk en cholesterol, een onregelmatige menstruatie, impotentieproblemen, huiduitslag…

Veranderingen in je gedrag

Je wordt onzeker, onrustig, lusteloos of juist hyperactief, je eetpatroon verandert, je bent sneller boos en prikkelbaar, je gaat meer alcohol drinken of roken, je vermijdt sociale contacten, je hebt vaker last van kleine ongelukjes, je zoekt nieuwe prikkels op…

Veranderingen in je emotionele toestand

Je huilt snel, je hebt concentratieproblemen, je ervaart stemmingswisselingen, je dagdroomt, je wordt vergeetachtig, je piekert veel, je bent cynischer, je bent geïrriteerd of gefrustreerd, je koestert woede of wrok, je wordt achterdochtig of voelt je geviseerd, je hebt angst, je voelt je hopeloos, hulpeloos of machteloos en je hebt minder zelfvertrouwen. Je hebt het gevoel professioneel te falen…

Behandeling

Neem altijd contact op met je huisarts. Als een burn-out al te lang aansleept, zal je hier niet meer uit geraken zonder professionele begeleiding.

Wanneer je er wel tijdig bij bent, kan je misschien zelf uit de negatieve spiraal geraken. Volgende stappen kunnen je hierbij helpen:

Neem je prioriteiten onder de loep: zoek de goede balans werk-privé.

Beweeg voldoende.

Zorg dat je dagelijks even kan ontspannen.

Erken dat je een probleem hebt.

Aanvaard hulp en steun van je omgeving.

Durf keuzes maken en voer ze ook uit, ongeacht de consequenties. Durf ‘nee’ zeggen.

Sta open voor verandering, probeer eens iets nieuws.

Kortom je zal anders moeten leren denken en je moet je anders leren gedragen.

Therapie

Een kortdurende therapie van 12 tot 15 wekelijkse sessies is doorgaans voldoende om een persoon met een burn-out er weer bovenop te helpen.

In deze therapiesessies worden de redenen bekeken die aan de grondslag van de burn-out liggen. Ook worden de mogelijke risicofactoren op je werkplaats geïnventariseerd. Daarna leer je hoe je zelf anders kan reageren op de aanwezige factoren. Je leert concrete gedragsveranderingen en ontspanningsoefeningen aan. Ook je gedachtenpatroon wordt aangepakt: je leert positief denken in plaats van negatief. Deze nieuwe gedachten geven je terug meer energie.

Nog tijdens de therapiesessies ga je al terug aan het werk. Een burn-out is namelijk geen reden om arbeidsongeschikt te zijn. Het is zelfs beter aan het werk te zijn, zodat er in de therapie concrete voorbeelden en gebeurtenissen besproken kunnen worden. Je leert dan onmiddellijk hoe je best reageert. De sessies zijn dus erg actiegericht. Ze stimuleren je eigen probleemoplossend vermogen zodat je hopelijk geen terugval krijgt na het stopzetten van de therapie.

Veel mensen kiezen na de therapie ook voor een andere carrière.