ADD

ADD is de afkorting van Attention Deficit Disorder, in het Nederlands spreekt men van een aandachtstekortstoornis. Het is een subtype van ADHD, maar zonder de hyperactiviteit en meestal ook zonder de impulsiviteit. ADD is een aandoening waarbij het vermogen om zich te concentreren op een taak en je aandacht erbij te houden sterk verlaagd is. Het is een neurobiologische stoornis waarbij er te weinig dopamine aangemaakt wordt in de hersenen. Dit tekort uit zich in het gedrag van een persoon met ADD.

ADD komt voor bij één tot vier procent van de kinderen. Van hen zal ongeveer een derde ook als volwassene nog last hebben van de symptomen. Het IQ van mensen met ADD is hetzelfde als van de doorsnee bevolking, dus ADD komt voor in alle opleidingsniveaus.

Vaak zijn de symptomen van ADD verborgen. Dit doet de persoon met ADD onbewust. Hij past zich zodanig aan aan het leven met de gedragingen, dat ze minder opvallen. Zo kan je bijvoorbeeld een taak met extra veel energie uitvoeren, waardoor het niet opvalt hoe moeilijk je het hebt om de instructies op te volgen en tijdig af te werken.

Er zijn niet enkel negatieve, maar ook positieve gevolgen verbonden aan het hebben van ADD. Het negatieve treedt vaak het meest op de voorgrond. Het aandachtsniveau voldoet niet aan de eisen die onze hedendaagse maatschappij stelt, hierdoor ontstaat er een verschil tussen wat de persoon kan en wat hij uiteindelijk presteert. Een persoon met ADD kan niet planmatig werken en kan zich onvoldoende concentreren op zijn opdracht, door deze twee zaken zal het eindresultaat niet zijn zoals verwacht. Doordat een persoon met ADD voor zichzelf vaak ook hogere eisen stelt dan hij kan bereiken, blijft hij achter met gevoelens van frustratie en heeft hij het gevoel te falen. Dit kan leiden tot depressie. Het positieve gevolg van ADD is dat het talenten kan bovenbrengen. Wanneer een persoon met ADD een passie heeft voor een bepaalde opdracht, zal hij in hyperfocus gaan. Dit is een toestand waarin hij zo geconcentreerd is, dat de wereld rondom hem niet meer lijkt te bestaan. De uit te voeren taak wordt dan een obsessie en het uiteindelijke resultaat is meestal bovengemiddeld. Men spreekt soms zelfs van een talent. Voor de omgeving is dit moeilijk te begrijpen. Ze verwijten de persoon met ADD al snel dat hij gewoon geen moeite wil doen voor andere opdrachten. Toch heeft hyperfocus een neurologische basis. Tijdens een hyperfocus maken de hersenen namelijk enorm veel dopamine aan, dit verhoogt het concentratievermogen en de alertheid.

ADD gaat regelmatig samen met andere aandoeningen zoals ADHD, depressie, angststoornissen, dyslexie en dyspraxie. De aandoening komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Symptomen

Constant een enorme gedachtestroom hebben

Dit geeft vaak aanleiding tot filosofische gesprekken. Anderzijds krijgt de persoon met ADD het gevoel overspoeld te worden door deze gedachten en gaat hij als gevolg daarvan dwangmatig of statisch gedrag vertonen.

Dagdromen, staren, ongeïnteresseerd of afwezig overkomen

Concentratieproblemen

Snel afgeleid zijn

Het filter in je hersenen dat relevante van irrelevante zaken onderscheidt, werkt niet zo goed bij een persoon met ADD.

Rusteloosheid

Chaotisch gedrag

Verstrooidheidsfouten maken

Weinig gemotiveerd om aan iets te beginnen

Uitstelgedrag

Je niet aan een taak kunnen zetten. Hierdoor te laat aan opdrachten beginnen en ze vaak niet op tijd afkrijgen.

Zelf te laat komen op afspraken

Mensen met ADD hebben een ander tijdsbesef.

Langdurige inactiviteit

Emotioneel wisselvallig gedrag

Dit komt doordat je constant op je tenen loopt, omdat je beseft dat je niet voldoet aan de eisen van de maatschappij. De emotionele stemming van een persoon met ADD kan meerdere keren per dag omslaan.

Moeilijk kunnen plannen en organiseren

Moeite hebben met het opvolgen van instructies

Moeite met het afwerken van details

Vermijd opruimen en taken die een langdurige geestelijke inspanning vragen

Vergeetachtigheid

Bijvoorbeeld vaak dingen kwijt geraken of de namen van mensen vergeten.

Slaapproblemen

Moeilijk sociale contacten kunnen onderhouden

Een persoon met ADD is wel overal bij, maar heeft geen of weinig echte vrienden.

Overgevoelig voor geluid

Hierdoor is het voor een persoon met ADD moeilijk om een gesprek in grote groep te volgen. Alle geluiden komen op hen af en door een neurologische disbalans kunnen ze de relevante geluiden niet goed van de irrelevante geluiden scheiden. Ze beschrijven het zelf soms als ‘ruis’.

Toch zetten mensen met ADD vaak de radio aan.

Overgevoelig aan beeldimpulsen

Nochtans zet een persoon met ADD regelmatig de televisie aan op de achtergrond.

Zich terugtrekken uit situaties of op de achtergrond blijven

Dit is om de prikkels te beperken voor zichzelf en om alle opgedane ervaringen te verwerken.

Onzeker over zichzelf

Gevoelig voor verslavingen

Moeilijk je gevoelens kunnen uiten

Erg creatief

Veelzijdig

(Ruimtelijk) inzicht

Beter in praktijk dan theorie.

Inlevingsvermogen en empathie

Humor

Assertiviteit

Groot voorstellingsvermogen, veel fantasie

Vaak ver vooruit denken

Waardeert logica

Soms perfectionistisch ingesteld

Dit staat in schril contrast met het chaotisch gedrag en het is dan ook moeilijk te aanvaarden voor de persoon met ADD dat hij dit niet kan waarmaken.

Probleemoplossend, zeer alert en snel reageren bij hyperfocus

Een persoon met ADD maakt tijdens een hyperfocus veel meer dopamine aan dan andere mensen. Hierdoor zal hij op dat moment beter functioneren dan alle anderen.

Behandeling

ADD is een niet te genezen aandoening. De symptomen kunnen echter wel behandeld worden zodat ze de levenskwaliteit niet zo negatief beïnvloeden. Bovendien richt een behandeling zich ook op het voorkomen van nieuwe symptomen. De meeste behandelingen bestaan uit drie onderdelen: psycho-educatie, gedragstherapie en geneesmiddelen.

Psycho-educatie

Vertrekkend vanuit het standpunt dat ADD niet genezen kan worden, gaat men de persoon meer leren over ADD. Psycho-educatie geeft inzicht in de stoornis, het belicht de symptomen ervan en leert je omgaan met deze gedragingen en gedachten. Door kennis te hebben over je aandoening, verbetert je toekomstperspectief.

Gedragstherapie

Vooral indirecte gedragstherapie is behulpzaam gebleken. Voorbeelden hiervan zijn Parent Management Training en Mediatraining van ouders of leerkrachten.

Gedragstherapie richt zich op het aanleren van nieuwe vaardigheden zodat de persoon met ADD controle over zijn gedrag leert hebben. Verder wordt er tijdens de gedragstherapie ook aandacht besteedt aan het herstellen van relaties met familie en vrienden. Tijdens de therapiesessies leert een persoon met ADD zichzelf vaak op een andere, positieve manier kennen. Later kan hij zichzelf met deze talenten op een positieve manier profileren naar anderen toe.

Gedragstherapie richt zich dus enerzijds op het gedrag, op het aanleren van planmatig, gestructureerd leven. Anderzijds op het gevoel, namelijk het leren uiten van gevoelens en het verhogen van het zelfbeeld.

Medicijnen

Ter aanvulling van psycho-educatie en gedragstherapie worden er vaak geneesmiddelen voorgeschreven. Zij verbeteren de concentratie en gaan vermoeidheid tegen.

Alternatieve behandelingen

Dieet: een glutenvrij, suikervrij of zuivelvrij dieet wordt soms toegepast om de symptomen te beperken.

Neurofeedback of hersengolftraining richt zich als enige behandeling op de oorzaak van ADD, op de neurologische basis. Door neurofeedback worden er nieuwe neuronen aangemaakt die de huidige neurotransmitter- en hormonenhuishouding beïnvloedden.

Handvaten voor de omgang met een kind met ADD

Geef een compliment bij positieve gedragingen, moedig goed gedrag aan.

Leg enkel het materiaal dat nodig is voor de opdracht in de buurt.

Maak oogcontact en geef één duidelijke, korte opdracht.

Zet een tijd op de opdracht. Gebruik eventueel een kookwekker om deze aan te duiden.

Leer het kind aan hoe het zijn gedrag kan compenseren en help hierbij: bijvoorbeeld samen papieren perforeren en meteen opbergen in een kaft; extra materiaal in de klas leggen voor als het kind iets vergeten is; oorbeschermers dragen tijdens toetsen.

Geef niet te veel uitleg of instructies aan het kind.

Zorg voor leermateriaal met veel tekeningen en weinig woorden. Sorteer het overzichtelijk.

Verwacht niet dat het kind iets kan onthouden als het de opdracht niet heeft opgeschreven.

Bestraf het kind niet steeds als het iets vergeet of te laat is met een opdracht, maar zoek samen naar oplossingen.

Loading...